Geen reet aan? Ech wel!

Geen reet aan? Ech wel!

Nee, ik had zeker niet verwacht te winnen, al wist ik wel dat er enkele stukkenvasthouders in ons groepje zaten, maar daarnaast toch ook enkele meer geroutineerde stukkenverschalkers.

De eerste ronde mocht ik tegen Luuk en de strijd ging redelijk gelijk op al zag ik op een gegeven moment wel dat mijn dappere soldaatjes er niet allemaal even gedekt bij stonden. Ik besloot dan ook remise aan te bieden – iets wat ik zelden doe in de zeldzame partijen die ik speel, aangezien ik eigenlijk nooit begrijp wanneer je dat nu eigenlijk moet doen (geroutineerde flarden vanuit de omgeving zoals ‘het is pot-remise’ of ‘ik had niets meer’ zijn aan mij niet besteed zolang er nog stukken op het bord staan of de Koning  nog niet definitief in de hoek gedreven is) – een aanbod dat door Luuk fijntjes afgewezen werd met de toch erg professioneel klinkende woorden: ‘ik kijk nog even verder’. Verdraaid, zie je nu wel, ik had het wéér niet begrepen en erger nog, dat wist mijn tegenstander nu natuurlijk ook!

Iets grimmiger pakte ik mijn stukken beet en ging er toch nog maar eens voor zitten. Want óók weerklinkt het regelmatig in het veld der pro’s dat als je remise afwijst, ‘je het dan ook maar moet bewijzen’. En dus besloot ik dat Luuk in ieder geval zou moeten zweten. Het leek er voorwaar zelfs op dat er toch nog wat meer structuur in mijn stelling kwam maar voor de rest zag ik echt niet wie er ging winnen behalve dan degene die het langst de klok liet tikken. Vlak voor het einde zei Luuk ineens: nou, remise dan maar? Ik greep het aanbod gretig aan, want als er iets was wat ik niet wilde, dan was het wel met een royaal eierrekje eindigen. En binnen is binnen! Tevreden met ons halve puntje meldden we ons bij Monsieur Roland die de stand bijhield waarna we nog een korte analyse aan de bar bij Ria deden: ja, ik weet het ook niet hoor. Nee, ik ook niet. Wil je wat drinken? Heerlijk.

We waren duidelijk warm gedraaid en nu mocht ik tegen Nieske. Bij het afscheid van Juud in Leiden had ik van Sophie een roze dame gekregen; hét symbool van de Sissa Sisters en door hen ingezet in menig toernooi. Uiteraard had Nieske ook een roze dame, maar dat hinderde ons niets. We wisten donders goed welk meisje van wie was en het bracht ons geen moment in verwarring. Al waren we volgens mij allebei wel een beetje opgelucht toen de dames ergens halverwege de partij geruild werden, een hoog moment in de partij. Mijn krijgers rukten in gesmeerd tempo op en op een gegeven gement (noot van de redactie: dit is ABV – Algemeen Beschaafd Valkenburgs)zag ik Nieske een beetje dromerig naar drie van mijn pionnetjes in driehoeksformatie kijken. Een eindje verderop stond haar loper droevig naar dit kleine bastion te kijken want ze verhinderden met z’n drietjes de komst van deze rechtlijnige jongen. ‘Wat is dat toch mooi hé, dat zo’n klein pionnetje zo sterk kan zijn, mijn loper kan daar niets!’.
Ik vond het op mijn beurt weer zo mooi van Nieske dat ze er op deze manier naar keek. Helaas voor haar verloor ze de partij en mijn tellertje stond op 1,5.

Naast me hoorde ik aanstormend talent Iris ‘sorry Vincent’ zeggen toen haar loper zijn koning op verstikkende wijze mat gezet had. We waren vol bewondering en Vincent droeg het als een man!

Roland hield het tempo er lekker in en op de een of andere manier bleef ik scoren. De zwaarste partij was beslist tegen Lydia. Toen de klok al liep verzonk ze in diep gepeins, ik vond haar meteen reuze dapper om zomaar een paar minuten weg te laten tikken, maar toen had ze kennelijk haar strategie bepaald en begon ze met enkele krachtige zetten. Na het nodige schuiven, slaan en ruilen stond mijn ouweheer toch nogal vastgezet in z’n hoekje en er dreigde van alles. Ik was er al van overtuigd dat ik de partij ging verliezen toen er ergens toch nog een lichtpuntje gloorde (chloorrrrde op z’n Leids mèt rrrrrrollende ‘R’) en het tij keerde. Lydia besloot op zeker moment haar roze meisje van het bord te verwisselen voor een ‘echte’ dame want het leidde toch wel af – dat vond ik eerlijk gezegd ook, maar ik kon het niet over m’n hart verkrijgen haar aan de kant te zetten. Uiteindelijk wist ik de winst toch naar me toe te trekken en daarna kon het – met nog 1 partij te gaan tegen runner up Iris die tot ieders maar vooral haar eigen verbazing maar liefst 4 punten gescoord had! – eigenlijk niet meer stuk. Mits Lydia haar dure Sissa Sisterplicht deed door van Luuk te winnen. Ze versaagde niet en zorgde ervoor dat ik mijn felbegeerde titel niet met Luuk hoefde te delen, dank!

In de laatste ronde vond er nog een echtelijk gevecht plaats tussen Lotte en Vincent en iedereen dacht natuurlijk dat dit een snelle remise zou worden, maar Lotte trok haar gehele arsenaal open en wist haar geliefde toch te verslaan. Niet slim, want nu won Vincent de unieke Bureau Chapeau-prijs (die zou eigenlijk naar de beste dame gaan, maar die kwamen toch wel aan hun trekken en we vonden het al zo dapper van Vincent dat ie meedeed). Maar Lotte was uiteraard zeer tevreden met haar felbegeerde punt – ook zij was niet van de eieren…

De prijsuitreiking werd op eigen verzoek door Jean en mij gedaan. De prijzentafel was geheel in de geest van Juud (gerelateerde prijzen). Zo kon men de basis voor een erwtensoeppakket winnen, een appeltaartpakket, heeeeeel veeeel gepersonifieerde flessen wijn, een Special pakket met collector’s item, n.l. een echt Cinzanoglas en nog veel meer. Op de prijzentafel lag een toelichting op de prijzen. Schaker Egbert schonk bij binnenkomst nog een DVD over Bobby Fisher aan de prijzentafel, de enige ‘echte’ schaakprijs. Niet verbazingwekkend dat Lucas van Foreest deze dan ook uitzocht.

Het was natuurlijk ‘not done’ om als een van de organisatoren de eerste prijs te winnen in mijn groep, maar toen ik gaandeweg toch wel kans begon te maken op de titel ‘Beste Reetloze’ vond ik dat eigenlijk wel o.k. Want ik had besloten om – àls ik die felbegeerde geldprijs van het magische schaakbedrag van 64 euro zou bemachtigen – die een hele mooie bestemming te geven. Dus toen ik inderdaad van concurrent Lydia won was ik daar extra blij mee.

Enigszins besmuikt reikte Jean de envelop met inhoud aan me uit, nadat alle andere prijzen al vergeven waren en ik nam het woord. Legde uit dat ik had bedacht dat deze prijs bestemd moest zijn voor de Sissa Sisters. Juud was immers ook een Sissa Sister en het leek me nou zo mooi en passend als de meisjes bij hun eerstvolgende wedstrijd het glas zouden heffen op Juud.
En ik? Ik draag mijn titel op aan haar, zeker weten dat ze over m’n schouder heeft meegekeken en me de juiste zetten heeft laten doen. Thank you dallin’!

Na afloop werden hapjes geserveerd door vrijwilligsters Fareeda, Ira en Lotte. Barbeheerder Ria en echtgenoot Teun – goed voor het smeren van tientallen broodjes – zorgden voor een natje en later nog een grote schaal met bitterballen en ander bittergarnituur. WL M. Roland en vele vrijwilligers zorgden er intussen voor dat alle spullen weer netjes opgeruimd werden.
Alles bij elkaar een prachtig toernooi en absoluut geheel in de geest van Juud. Als het aan ons ligt wordt dit een jaarlijks terugkerend evenement, bij voorkeur gekoppeld aan het APIH-toernooi – dan zijn we immers toch al in Stad!

Namens de organisatie heel veel dank aan een iegelijk die dit toernooi mogelijk heeft gemaakt, in welke vorm dan ook!

Maaike Valkenburg